Wie de winkel van antiquair/brocanteur Evert Zandvliet binnenloopt, weet niet waar-ie moet kijken. In het kleine hoekpand aan de Keizersgracht in Amsterdam staan overal meubels en objets d’art hoog opgetast. Een nauw paadje leidt naar een opkamertje van waaruit je een fraai uitzicht op de winkel hebt. En waar nog meer te vinden is.
Evert Zandvliet kreeg het verzamelen van zijn vader mee. Was het voor vader een liefhebberij, zoonlief bleek ook over een handelsgeest te beschikken. In zijn studententijd wilde Zandvliet een nieuwe kast kopen, maar om die te kunnen afrekenen moest er iets anders uit zijn interieur worden verkocht. Hij bleek op de verkoop zoveel winst te maken, dat hij de nieuwe kast zomaar kon aanschaffen – zonder er iets te bij te hoeven leggen.
Hij vond het wel spannend; met een gewoon studentenbaantje had hij dat bedrag niet zo snel bij elkaar gekregen. En dus sloeg hij aan het handelen. ‘Mijn spullen kocht ik op rommelmarkten, waar toen nog veel substantieel antiek werd aangeboden,’ aldus Zandvliet.
Ook al koos hij voor een baan in het onderwijs, de handel in antiquiteiten en decoratieve objecten bleef hem trekken. Toen hij de kans kreeg om in Leiden een klein winkeltje te openen, greep hij die kans. Op zijn vrije dagen was hij daar te vinden. Dat is inmiddels al weer bijna 25 jaar geleden. Uiteindelijk werd hij fulltime antiquair/brocanteur, en belandde tien jaar geleden in het pand aan de Keizersgracht, waar hij nog steeds zit.
Een bezoek aan Zandvliets winkel roept altijd mooie herinneringen op aan Parijse antiquairs die hun winkelruimtes al net zo volstouwen. En waar je als liefhebber hebberig van wordt. Zandvliet houdt erg van zowel de Lodewijk XV (vijftiende) en XVI (zestiende) stijl, als van Empire en Biedermeier. En dat zie je terug in zijn aanbod dat hij vooral uit Frankrijk haalt.
Welke trends heeft Zandvliet in zijn carrière langs zien komen? ‘Trends zijn niet zo aan mij besteed. Ik ben vooral historisch bezig. Maar goed, 40 jaar geleden had iedereen koperen en tinnen objecten in huis staan. Dat was zeker een trend. Engelse meubelen waren tot voor kort heel populair, maar dat is nu wel een beetje over. De aandacht gaat nu weer veel meer uit naar Franse meubels.’
Zandvliet vindt dat de smaak van Nederlanders in de loop der jaren is veranderd. ‘De algemene smaak was – en nu generaliseer ik – toch een beetje calvinistisch. Maar mensen zijn tegenwoordig niet meer zo bang voor krullerige, vergulde en rijk gedecoreerde objecten en meubelen.’
Zandvliet: ‘Wat mij opvalt in de woonbladen is dat interieurs heel lang in één bepaalde stijl ingericht waren, terwijl ze nu vaak meer een mengeling van antiek, kunst, vintage en nieuwe objecten. Ik zie het ook terug in de nieuwe generatie antiek/decoratiewinkels. Ze zijn vaak een beetje arty en eclectisch. ‘
‘Ik ben nog van de generatie die zich richtte op bijvoorbeeld de tinnen peperstrooier, het tinnen zoutvat en het mahoniehouten kabinet; het wat traditionelere antiek zeg maar. Bij die jonge generatie winkels maakt het niet zoveel uit hoe oud iets is. Het gaat om het effect wat een object in het interieur heeft. Met gemak integreren ze bijvoorbeeld vintagespullen in hun collectie. Dat vind ik leuk.’
Een laatste vraag: wat komt zijn winkel niet binnen? Evert Zandvliet: ‘Ik waardeer de art deco- en art nouveau-periode, maar ik handel er niet in. Ook meubels uit bijvoorbeeld de jaren vijftig vind je er niet terug. Ik blijf trouw aan de Franse grandeur.’
UPDATE:
Evert Zandvliet heeft in de zomer van 2019 zijn winkel in Amsterdam gesloten. Hij staat nu op de Haagse antiek- en boekenmarkt in Den Haag.
Tekst en foto’s: © Monsieur Plusfours 2016
FRANS NIEUWS IN DE MAILBOX ? MELD JE DAN AAN VOOR DE GRATIS MAANDELIJKSE NIEUWSBRIEF!
Het is een winkel, te veel en te dicht op elkaar, het smeekt erom iets mee naar huis te nemen en een ereplaats te geven . Maar het zou wel moeilijk kiezen zijn!